dartbord1. Geef aan wat het onderwerp is en wat de leerlingen gaan leren deze les. 

B.v. Vandaag gaan we het hebben over de persoonsvorm, jullie weten aan het eind van de les wat de persoonsvorm is en hoe je hem kunt vinden in de zin.


2. Geef aan waarom ze het moeten leren.

Als je goed wilt leren spellen, is het belangrijk om te weten wat de persoonsvorm is. (Geef een voorbeeld) Wat is het effect op een lezer van een brief/e-mail vol spelfouten? Je kunt ook aan de leerlingen vragen waarom je goed moet leren spellen. Dat maakt het interactiever.


3. Geef aan wat en hoe ze het moeten leren/toepassen (resultaat aan het eind van de les)

B.v. Aan het eind van de les, weet je wat de persoonsvorm is en kun je hem uit een zin halen (= toepassen).


4. Aan het eind van de les check je of de leerdoelen gehaald zijn door vragen te stellen. Trek hier tijd voor uit!

Wat heb je vandaag geleerd? Heb je de doelen gehaald? Zo niet, wat lukt nog niet? Wat ga je doen om het de volgende les wel onder de knie te hebben? (Kom er de volgende les op terug en check)