Fotolia 27345700_XSSTARR staat voor Situatie, Taak, Actie, Resultaat en reflectie.

Bij een gedragsgericht interview vraagt de interviewer door op gedragskenmerken of competenties van de student. (Denk aan stressbestendigheid, samenwerkingsvermogen, omgaan met kritiek, etc.) 

 

Vraag STARR uit n.a.v. een van te voren te bepalen competentie. (bijvoorbeeld samenwerken)

Situatie: 

  • Noem een situatie in het verleden waaruit blijkt dat je kunt samenwerken.

  • Wat was de situatie?

  • Wat gebeurde er?

  • Wie waren erbij  betrokken?

  • Waar speelde de situatie zich af?

  • Wanneer speelde deze situatie?

Taak:

  • Wat was je taak?

  • Wat was je rol?

  • Wat wilde je persoonlijk bereiken?

  • Wat verwachtte je van jezelf in die situatie?

  • Wat vond je dat je moest doen?

Actie:

  • Wat heb je precies gezegd of gedaan?

  • Hoe was je aanpak?

  • Hoe reageerden anderen op jou?

Resultaat:

  • Wat kwam eruit?

  • Hoe is het afgelopen?

  • Wat was het resultaat van je handelen?

  • Heb je je doel behaald?

Reflectie:

  • Hoe vond je dat je het deed?

  • Was je tevreden met het resultaat?

  • Wat zou je de volgende keer anders doen?

  • Wat heb je daarvoor nodig?

 

Observatie en reflectie tijdens en na een STARR gesprek:  

 De volgende vragen zou je erbij kunnen houden als je een collega observeert, die een reflectiegesprek voert. Als je het gesprek alleen hebt gevoerd, kun je jezelf deze vragen achteraf stellen. Ze zijn te gebruiken als evaluatie en/of zelfreflectie. 

  • Wat is het beoordelingscriterium/gedragskenmerk/ de competentie waarover de coach een interview gaat houden? 

  • Geeft de coach het doel van het gesprek aan? Wat is het doel? 

  • Vraagt de coach wat de gecoachte verstaat onder deze competentie? (bijvoorbeeld: Wat versta je onder: initiatief nemen?) 

  • Vraagt de coach een situatie uit verleden uit waaruit blijkt dat de gecoachte bovenstaande competentie bezit? 

  • Vraagt de coach uit wat de situatie is, wat er gebeurde en wie erbij betrokken waren? 

  • Vraagt de coach wat de taak, rol was van de gecoachte? 

  • Vraagt de coach wat er werd verwacht van de gecoachte en wat de gecoachte wilde bereiken? (taak) 

  • Vraagt de coach wat de gecoachte deed, welke actie? Of welke aanpak de gecoachte had? 

  • Vraagt de coach hoe anderen op de gecoachte reageerde? (actie)

  • Vraagt de coach wat het resultaat van de actie van de gecoachte was? Of hoe het is afgelopen?

  • Vraagt de coach hoe anderen het resultaat vonden?

  • Vraagt de coach of en hoe de gecoachte het resultaat gemeten heeft?

  • Vraagt de coach of de gecoachte tevreden was met het resultaat? (reflectie)

  • Vraagt de coach of de gecoachte het de volgende keer anders zou doen? (reflectie)

  • Vraagt de coach wat de gecoachte ervoor nodig heeft om het de volgende keer anders te doen? (welke competentie bijvoorbeeld?) (reflectie)

  • Maakt de coach smartafspraken met de gecoachte? (specifiek, meetbaar, aansprekend, realistisch, tijdgebonden?)

 

 Algemeen: 

  • Observatie op (open!) vragen zonder suggestie. (Beginnen met wie, wat waar, waarom, wanneer, hoe, wat maakt dat?)

  • Schrijf alle vragen op die de coach stelt.

 

Het voeren van een GROW gesprek: 

Doel van een GROW (Goal, Reality, Options, Will) gesprek: Als coach zet je je gecoachte aan het denken en laat je hem/haar zelf oplossingen voor het probleem bedenken.

grow

 

Goal = Doel 

  • Coach bepaalt zelf het doel van het gesprek. Benoem feiten: bijvoorbeeld: “Je loopt achter met het inleveren van opdrachten, ik wil graag een gesprek met je voeren om erachter te komen hoe dat komt en hoe je dat gaat oplossen”. 

  • De gecoachte bepaalt het doel van het gesprek. Een vraag die je kunt stellen is: “Waar wil je het over hebben?” of “Wat wil je onderzoeken?” of “Wat wordt het onderwerp van dit gesprek?”

 

Reality= Werkelijkheid of huidige situatie 

  • Stel vragen over de huidige situatie. Hoe komt het dat je last hebt van het probleem? Wat is de vraag achter de vraag?

  • Luister, vat samen en vraag door. (LSD) Check na de samenvatting of je als coach de situatie helder hebt.

 

Options= alternatieven 

Stel vragen als:

  • Heb je voorbeelden van situaties waar het wel gelukt is?

  • Als iemand anders dit probleem zou hebben, wat zou je dan adviseren?

  • Wat zou je kunnen doen om het probleem te voorkomen?

 

Als je als coach zelf een oplossing weet kun je deze zonder suggestie uitvragen in een open vraag. Bijvoorbeeld: Anderen komen de gecoachte steeds storen. Je hebt als oplossing: deur op slot of spreekuren invoeren. De vraag die je zou kunnen stellen is: Wat kun je doen om ervoor te zorgen dat de anderen je niet op ieder moment van de dag komen storen?

 

Will= Keuze 

De gecoachte kiest 1 van bovenstaande oplossingen. Vragen die je zou kunnen stellen zijn:

  • Welke optie kies je?

  • Welke oplossing ga je uitvoeren?

  • Wat ga je nu doen?

  • Wat heb je nodig om het te laten lukken?

  • Zie je je het zelf doen?

  • Wat spreken we nu af?

  • Maak een smart afspraak (specifiek, meetbaar, aansprekend, realistisch, tijdgebonden)

 

Geef een compliment en wens de gecoachte succes. 

Gebruik onderstaande lijst als zelfreflectie nadat je het gesprek gevoerd hebt. Als je het gesprek met z'n tweeën voert, kun je het gebruiken als observatieformulier: 

Observatie of zelfreflectie: GROW

 

 Goal = Doel 

  • Bepaalt de coach het doel van het gesprek of vraagt coach aan gecoachte wat het doel van het gesprek wordt? 

  • Geeft de coach een samenvatting van het doel van het gesprek? (alleen als de gecoachte het doel aandraagt)

 

 Reality= Werkelijkheid of huidige situatie 

  • Stelt de coach vragen over de huidige situatie? 

  • Luistert de coach actief? Hoe zie je dat? 

  • Vat de coach het probleem samen? 

  • Vraagt de coach door over het probleem achter het probleem? 

 

Options= alternatieven 

  • Stelt coach open vragen, zodat gecoachte tot oplossingen komt?

  • Laat coach zijn eigen mening en oplossingen achterwege? 

  • Geeft coach een samenvatting van alle door gecoachte gegeven oplossingen?

 

 Will= keuze 

  • Laat coach de gecoachte een keuze maken uit één van de oplossingen? 

  • Vraagt coach of gecoachte nog iets nodig heeft om deze oplossing te laten slagen? 

  • Maakt coach een smart afspraak met de gecoachte? (specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch, meetbaar)? 

  • Geeft coach gecoachte een compliment en wenst hij hem succes?

 

 Succes! Leren hoe je STARR en GROW gesprekken voert? Kijk voor meer informatie naar de training Reflectiegesprekken voeren met leerlingen.